Real Time Monitoring van de HSMR

     
Aanvliegroutes RTM PDF Afdrukken E-mail

Real Time Monitoring is een systeem waarmee ziekenhuizen maandelijks gestandaardiseerde sterfte, verpleegduur en heropnames monitoren. Naast de functie van ‘early warning’, heeft het systeem meerdere toepassingsmogelijkheden, waarbij aangesloten wordt bij bestaande initiatieven in het ziekenhuis. Hieronder is een aantal van deze toepassingen beschreven. Het gebruik van meerdere van deze ‘aanvliegroutes’ zal de implementatie en het gebruik van RTM in het ziekenhuis bevorderen en heeft het toegevoegde waarde voor andere initiatieven.

Gebruik voor complicatiebespreking en necrologiecommissie

Steeds meer ziekenhuizen hebben een necrologiecommissie en/ of houden complicatiebesprekingen. De bedoeling van zo’n bespreking of commissie is dat er met een vaste frequentie complicaties worden besproken en geëvalueerd tussen specialisten en verpleegkundigen. De cases die worden besproken in dit soort commissies zijn meestal zelf gerapporteerd of aangemeld door de professional. RTM kan hierbij een zeer nuttig instrument; ten eerste om ‘vreemde cases’ te detecteren die in aanmerking komen voor complicatiebesprekingen. Dit zijn gevallen met een laag risico op bijvoorbeeld sterfte, maar waar dit wel heeft plaatsgevonden. In RTM kan men ‘afdalen’ naar het niveau van individuele patiënten. Via het patiëntnummer of opnamenummer dat in RTM is opgeslagen is de patiënt eenvoudig te traceren in het ZIS of EPD. Daardoor kan na selectie in RTM binnen een paar minuten de ontslagbrief, het operatie- of SEH verslag er op nagelezen worden.

Het nieuwe element van complicatiebesprekingen met RTM is dat mogelijke complicaties niet worden opgespoord door zelfrapportage in de complicatieregistratie. Er worden vanuit de data een aantal ‘vreemde gevallen’ geselecteerd. Dat kunnen best gevallen zijn die niet zo voor de hand liggen, maar daarom juist extra interessant.

Terug naar boven

Analyse van speerpunten uit het veiligheidsprogramma

Met RTM kan het ziekenhuis nu al gaan peilen hoe het staat met een aantal van de 10 speerpunten uit het Veiligheidsprogramma van OMS, NVZ, NFU, LEVV en IGZ. Zo kan men bijvoorbeeld de SMR’s bekijken voor het speerpunt ‘kwestbare ouderen’. Men kan bijvoorbeeld de ziekenhuisbrede HSMR of diagnosespecifieke SMR’s bekijken in de oudere tot zeer oudere leeftijdklassen (gestandaardiseerd voor leeftijd). Zijn deze hoog, dan is de problematiek bovengemiddeld in het ziekenhuis en is het aan te raden om dit speerpunt een hoge prioriteit te geven. Maar wellicht zijn de SMR’s laag (onder het landelijke gemiddelde). Dan kan de energie beter gericht worden op andere speerpunten. Niet alleen sterfte is interessant; in RTM kan ook naar verpleegduur en heropnames bij oudere patiënten gekeken worden. Denk maar aan de zogenaamde ‘frequent flyers’; oudere mensen die met grote regelmaat (vaak urgent) worden opgenomen. Dat is meestal een ongewenste zaak en de oorzaak ligt vaak in een haperende zorgketen.

Op eenzelfde manier als voor kwetsbare ouderen kan RTM gebruikt worden bij de nulmeting maar ook monitoring van andere speerpunten van het veiligheidsprogramma. Denk aan sterfte na een acuut myocardinfarct; sterfte op de IC door lijnensepsis; vroege opsporing van risicovolle patiënten (bijvoorbeeld met een spoed interventieteam).

Terug naar boven

RTM en dossieronderzoek

Steeds meer ziekenhuizen willen systematisch dossieronderzoek doen in het kader van hun veiligheids- en kwaliteitsmanagement. Het doel daarvan is om gevallen van onbedoelde schade op te sporen en vooral de mogelijke oorzaken daarvan te vinden om vervolgens gericht te kunnen verbeteren. Het beoordelen van dossiers kost aanzienlijk veel tijd. De dossierstudie wordt effectiever en efficiënter als men heel gericht verdachte dossiers kan voorselecteren met behulp van RTM. Ten eerste kan men in RTM het dossieronderzoek in eerste instantie focussen op diagnosegroepen en verrichtingen waar de hoogste SMR’s voorkomen. Ten tweede kan men daarbinnen de meest opvallende cases selecteren. Dat zijn die gevallen waar het risico op sterfte of een lange verpleegduur op voorhand laag wordt ingeschat, maar waarbij de onbedoelde uitkomst toch optrad. Door op deze manier een voorselectie van cases te maken, is de kans veel groter dat je dossiers selecteert waarbij er iets niet goed ging. Van die gevallen kun je het meeste leren. Met RTM kun je ook focussen op dossiers van patiënten met een lange verpleegduur (waarbij de kans daarop laag was), of waarbij zich een heropname voordoet. Uit ervaringen met RTM blijkt dat een lange verpleegduur een zeer goede proxy is voor complicaties. Diverse dossieranalyses laten zien dat een lange verpleegduur vaak samenhangt met bijvoorbeeld wondinfecties, medicatiefouten, naadlekkage, onvoldoende pre-operatieve screening. Dat zijn interessante cases voor dossieronderzoek.

Terug naar boven

Monitoring van bestaande verbeteracties in het ziekenhuis

In RTM kunnen uitkomsten gevolgd worden van diverse diagnosen en verrichtingen. Als er specifiek op een of meer van die patiëntgroepen verbeteracties worden doorgevoerd in het ziekenhuis, kunnen de effecten daarvan in RTM maandelijks gevolgd worden. Denk aan optimaliseren van klinische paden met als doel reductie van verpleegduur; het terugdringen van heropnames bij bepaalde chirurgische ingrepen; het verbeteren van de doorstroom naar V&V of thuiszorg. Op die manier is er snelle terugkoppeling tussen de doorgevoerde verbetering en of het gewenste resultaat wordt bereikt.

Terug naar boven

Koppeling aan VIM of incidenten

Er zijn twee manieren om patiëntveiligheid in ziekenhuizen te analyseren: vanuit het proces of vanuit de uitkomst. Als het proces niet is verlopen volgens de richtlijnen of protocol is er sprake van een incident. Veel ziekenhuizen zijn het afgelopen jaar van start gegaan met het Veilig Incidenten Melden (VIM) in het kader van het VMS.  Iedere ongewenste uitkomst kan worden opgevat als een complicatie. Elk sterfgeval is in beginsel een ongewenste uitkomst, de palliatieve patiënten uitgezonderd. Een hoge SMR geeft juist de onverwachte sterfte weer die wellicht ook vermijdbaar is. Het is voor een ziekenhuis interessant om een vergelijking te maken tussen de gerapporteerde incidenten en complicaties zoals gedetecteerd in RTM. Hoe groot is bijvoorbeeld de overlap tussen opnames die zowel een incidentmelding als een complicatie opleveren? En welke opnames hebben wel een incidentmelding maar worden niet als mogelijke complicatie gedetecteerd. Zijn deze gevallen in de incidentregistratie ook gedefinieerd als ‘near misses’?

Terug naar boven

Prestatie-indicatoren

Verschillende prestatie-indicatoren kunnen worden gegenereerd uit de gegevens van de medische administratie. Deze indicatoren kunnen dus ook inzichtelijk worden gemaakt in Real Time Monitoring. Een aantal zijn nu al te bekijken in RTM; bijvoorbeeld sterfte na acuut myocardinfarct en dagopnames voor liesbreukoperatie. Overige indicatoren die uit de medische administratie kunnen worden gehaald zijn: nabloedingen na knippen van amandelen, bloedtransfusie na heup- en knieoperatie, aantal cystectomieën. Momenteel wordt onderzocht welke indicatoren nog meer inzichtelijk gemaakt kunnen worden in RTM. Door de indicatoren uit de medische administratie te halen worden de administratieve lasten verlaagd en kunnen ze in RTM maandelijks worden gemonitord.

Terug naar boven

Extra informatie

Naast de gegevens die worden bijgehouden door de medische administratie, is er nog veel meer informatie beschikbaar in het ziekenhuis. Denk bijvoorbeeld aan de registratie op de Intensive Care of registratie van het Spoed Interventie Team. Deze informatie kan extra worden aangeleverd en inzichtelijk worden gemaakt in Real Time Monitoring. Bijvoorbeeld om te kijken welke patiënten opgenomen zijn geweest op de IC, of waarbij het Spoed Interventie Team is ingezet.

Terug naar boven

Standaard aanpak voor implementatie van RTM

De aanpak die we bij RTM aanraden is dat een persoon verantwoordelijk is om in ieder geval maandelijks te kijken naar de (nieuwe) signalen. Daar een (globale) eerste analyse op te doen en daar vervolgens de betrokken specialismen/ afdelingen bij te betrekken. Op die manier is er duidelijke verantwoordelijkheid om in ieder geval iedere maand even te kijken of er opvallende zaken zijn en worden betrokkenen daarover geïnformeerd. Ook is het zaak om RTM ziekenhuisbreed uit te rollen, zodat alle specialismen/ afdelingen weten welke informatie ze uit RTM kunnen halen. Als er een informatiebehoefte is (bijvoorbeeld bij het volgen van bepaalde verbeteracties, nieuwe verrichtingen, input voor visitaties of aanlevering van indicatoren), kan RTM daarvoor ingezet worden op afdelingsniveau.

Terug naar boven

 
Copyright 2009, De Praktijk Index. Alle rechten voorbehouden.